geluid en geur

Geluid kan ons enorm plezieren, maar kan ons ook flink hinderen en storen. Mensen met een goede gezondheid zijn vaak in de gelegenheid eraan te ontkomen door ervan weg te lopen of ervoor te zorgen dat het geluid ophoudt. Geluidshinder voor personen met dementie kan leiden tot irritatie, apathie, angst, depressie of juist moeilijk hanteerbaar gedrag. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat een omgeving minder geluidshinder met zich meebrengt?

Sluit deuren en ramen als er teveel lawaai is. Vervang toestellen die teveel lawaai maken of zet ze enkel aan indien nodig. Deuren oliën, zelfsluitende deuren, radiatoren ontluchten, viltjes (of een opengesneden tennisbal) onder stoelen zorgen voor minder geluid. Zachte inrichtingsmaterialen vb. gordijnen, kussens, planten absorberen geluid en verbeteren de galm.

Sommige mensen die te weinig prikkels krijgen kunnen gaan roepen, omdat ze zich onprettig voelen. Zorg voor zinvolle prikkels in de plaats.

Geur neemt een grotere plaats in ons leven in dan we vermoeden. Al onze zintuigen gaan achteruit met het ouder worden, ook de geur. Hoe sterker de geur, hoe groter de kans dat een bepaald luchtje daadwerkelijk geroken wordt. Positieve geuren moeten daarom sterk zijn.

Voor mensen met dementie kan het niet herkennen van dingen soms tot onveilige situaties leiden. Denk aan zeep of een kaars die ruikt naar fruit dat gegeten of gedronken wordt. Een brandgeur die niet herkend wordt.

Een onaangename geur van bijvoorbeeld urine kan ervoor zorgen dat mensen bepaalde ruimtes niet willen binnen gaan.

Maaltijden aan huis worden soms niet opgegeten, omdat de geur van het bereiden van maaltijden niet aanwezig is en er zo minder herkenning is van etenstijd.


bezig met laden